SAGE
De wereld is een brosbak of iets dergelijks volgens een
onbekende uitspraak ooit uit een of ander schrijfbrein-
tje ontsproten en hier maar weer eens naar boven ge-
haald, want er is onveiligheid, beroerd veel onveiligheid.
En wel in ons land.
Dit tenminste wordt al tijden extraplus op de leurdoos of
bij ieder politiek minuutje en met een extra tandje erbij
in verkiezingstijd uit zwaar bedrukt gezicht gegooid alsof
zo’n gezicht na aan die onveiligheid is ontkomen al waar-
bij noodnodig een kwak denkbeeldige wolken zich in op-
perlust samenklauwt boven het hoofd van de spreker om
de woorden vooral die basis te geven waar heel de wereld
Nederland niet mooi even omheen kan. Waarlijk, nog wat
langer zo doorgaan en we wonen binnen niet al te vette
tijd weer in holen zonder deuren zodat de knots weer de
sleutel wordt tot samenleven. O, er moet beslist iets aan
gedaan, daar is de hele samenleving het stevig over eens,
want om even rap naar het niveau van Neanderthalers te-
rug te keren het is de b-gezichten een gruwel, bijna nog
erger dan de hel zo steekt het met de neus uit hun sche-
del, zoveel onveiligheid daar is ja even erg bar niet mee
te leven.
Heus, vinger in de dijk.
Geen onvertogen woord van mij hiertegen hoor, ik ben
wat dat betreft al een van de bangste burgers van Ne-
derland. Al wil het geval wél dat ik redelijk wat rondtrap-
pel over deze wereld, ik loop vaak helemaal de straat
uit waar ik woon, fiets me met dit mooie weer gewoon-
weg tot een potentiële winnaar op het plan van beroeps-
renners, ik rijd per auto van wijk naar wijk, van dorp naar
dorp, van stad naar stad, neem soms zelfs metro, trein
of bus. Zowaar ik doe, ondanks mijn angst, mijn puikste
best alle onveiligheid te ondergaan zo allerkwistig rond-
gezegd door genoemde bestuursgezichten. Mooier nog,
ik gedraag me al een fiks tijdje als een extra potentiëel
slachtoffer door zo nors mogelijk te doen tegen een ie-
der die het niet ondergaan wil. Maar zie, het is me nog
geen seconde gelukt een schriktel aan zware onveilig-
heid te ervaren in real live. Verdomd ik doe er zogezegd
heel mijn vaderlandslievende best voor, maar heus eer-
lijk echt en helemaal waar, van veel niets naar nog meer
nothing tot nu toe.
Wellicht woon ik op de verkeerde plek,in de verkeerde
wijk, in de verkeerde stad, of woon ik zelfs in het ver-
keerde land. Al zullen de onder-de-wolkers dit uiteraard
direct tegenspreken. In dit land is het heus wél onveilig
zo blijft er verkondigd. En geef ze eens ongelijk. Zo hier
en daar tussen klomp en wiekje door wat zwarte tulpen
planten, het is een must voor heel het bestuurlijke oog.
Overigens is de schotel waarop de zwarte tulpen worden
opgediend niet zo heet als in de oven tijdens het garen,
want beleef in alle vrolijkheid maar eens hoe de puik
rondwarende onveiligheidsgeluiden kliederig in tegen-
spraak zijn met het feit dat er op defensie lekker straf
bezuinigd wil gaan worden (wil, want de kogel staat in
de loop van het kanon, het kreunen namelijk vanuit het
kader van de bijna nooit-schiet-meneren is niet van de
vredeslucht sinds het bericht van nog wat meer korting)
en…
Iets meer had ik er nog over willen zeggen, maar wat
blijkt nu? Deze hele brief, gisteren begonnen, is voor de
kat haar ondertussen geschreven, want alle onveiligheid
en kanonbezuinigingen, het zijn problemen die al bijna
in een klap zijn opgelost. Het grote Amerika namelijk
heeft de hele erge terrorist Bin Laden naar de almacht-
ige Allah geschoten zo vertellen vele heilsberichten die
oerend rap na de dodelijke daad de wereld werden in-
geslingerd en uiteraard ook oerend werden verwelkomd
middels een gejuich alsof de wereld opnieuw is geschap-
en, maar nu door Amerika.
Verdomd, geen enkel woordje heb ik nu, dit nieuws is
te vers om, wat mij betreft, er in fermdikke of fijndunne
toonaarden op te reageren. Hier past gewoonweg even
wat briefelijk zwijgen.
Sluit ik maar af met een gedichtje.
Literatuur en dus altijd wel kunnend tof.
Romanke .4
onder de deurmat wonen
veel spinnen. vader spin is
al eens buitengezet. netjes.
vader spin zag verdwaasd
toen om zich heen leerde
van warrige schreden drab.
droef na de uitzet wandelde
vader spin terug naar de
rand van de mat waar hij
zich lang al te wonen wist.
op de straat deden mensen
mensen. gevoelig als waren
ze nogal voor alles mogelijk.
ergens in veel tuin speelde
een hardhouten staaf voor
tuinkabouter als hoofd van
een gave ti ta straaldevisie.
voor haar computer zat een
vrouw een gedicht te lezen,
bedacht na de schermtuur:
als existentiële bergdalen
naar de wolken vallen dan
zal mijn sterrenstelsel wel
triljoenen wensen opdoen.
tegen de gevel van haar huis
stond een fiets prettig met
een lekke band er ging niet
gegaan naar al overkomen.
de staaf van de straaldivisie
liet een wondernagel op stel
aanbrengen opdat het hoofd
kon blijven tot aan de dood.
in ‘t zicht van een ijsfabriek
sprak haar bouwvakker een
steen aan met de woorden
mijn leven jij harde donder.
de mat is nooit meer geklopt
vader spin was vol tevreden
liet familie uit het naburige
huis overkomen tot feesten.
ook de tuin deed weer mee.
Werner Spaland
Lokkende brokken
een vis springt uit het water omhoog
op het kieuwhoofd een overvolle hoed
het blubt
het blubt
maar tussen oorlellen
liggen verknoeide oren
vangen losse woorden die doen vermoeden
gods wateren niet gods akkers
en leg de ketting aan de kraan
pogingen in tongen te spreken
doen letters uitgebloeid buigen
een jonge Xhosabruid draagt
gedroogde wortels van de Afrikaanse lelie
aan een draadje rond haar hals
kinderen moet ze
Beeld “Piëta” SAGE /2009; Taal Spaland. Uit “Bijeengedreven stilte“
hazemelk slaakt mallen naar de lucht
en pimpelmees boetseert zijn dronken zang in staaltjes zon
het geil geluid keilt regels van de rand
de rekening verdwijnt in kolven
voeten weten ruimte naast de schoen en
dat het wiel niet zomaar in de klucht viel
koffers vastgevroren aan vertrek
Pietje Bel sluipt met zijn neus in het zand
geeft het goddelijk land weer alle kleuren
oeverriet aan buiglucht spinnen
hoogtij
hoogtij
want de kip zat in de oerknal al
en het zal zowaar toch niet gebeuren dat
waterspoeling in het sleutelgat
de lepel zich tot drietand laat verkleuren
Werner Spaland
20 maart 2011.
En het was er weer.
De boekenweekknaller dat er gratis gereisd kon met de
trein middels het ook al ‘gratis’ boekenweekgeschenk,
ditmaal van Kader Abdolah, de man die de algrootste
schrijver van Nederland en daarna van de wereld wel wil
worden. En gelijk heeft ie natuurlijk, willen worden mag
gewoonweg altijd, heus ook wel in ’t Calvijne Nederland.
Wij, vriendin S en ik, besloten de b-knaller te gebruiken
om naar de tentoonstelling Edge van het werk Katinka -
Lampe te gaan in Maasstricht. In het verleden moesten
we al eens een uitnodiging voor de opening van een ten-
toonstelling van haar werk afzeggen. Een uitnodiging
overigens die we kregen als gevolg van het poëzieplein-
postergebeuren waaraan zij via haar zus (Astrid koos
voor een schilderij van Katinka als achtergrond voor het
gedicht – zie link hieronder gegeven) tot onze vreugde
wilde meewerken.
Maasstricht dus!
En ook lekker vet ver! Want zo’n gelegenheid van gratis
reizen zal heel wel tot op de welige bodem uitgemolken.
2,5 uur reizen!
We bespaarden zowaar bijna honderd!!! euro en we wild-
en, zoals gezegd, toch lang al naar het werk van Katinka
Lampe gaan kijken.
Maar dat vet en ver uitmelken, het was niet alleen ons
gegeven. Half Nederland was op ‘wonderbaarlijke’ wijze
op dezelfde gedachte gekomen. En zo drukte de trein
naar het Limburgse zwaar op de rails, schommelde het
ding alsof het een kermisatractie was, en je mocht als
passagier van een enorm geluk spreken als je op een
van de vele in de trein geplaatste zittingen broodnodig
kon neerzijgen om daarop de komende 2,5 uur aan rei-
zen te ondergaan.
Maar gratis, dus blijvend opgetogen.
Op de zittingen van de toch nog veroverde zitplaatsen
kwam van het voorgenomen lekker lezen mooi geen
fluit. Wel eens in een overvolle hobbeldewobbel ker-
misatractie geprobeerd een simpel reclamefoldertje
van een begrafenisonderneming of zoiets te lezen?
Kader Abdolah bleef bij ons en bij alle reizigers strak
in zak of tas gestoken. Alleen op het beleven dat de
conducteur in aantocht kwam werden de kraaiboekjes
een kort moment tevoorschijn gedoken ter toning dat
men echt niet illegaal in de trein verbleef.
Ook onze boekjes.
Al duurde bij ons ‘t moment een stootje langer omdat
we al een paar jaar de ongewone, zo blijkt ieder jaar
weer, gewoonte hebben om de conducteur te vragen
of hij onze boekjes wil afstempelen. Eerst is er dan
de onwennige verbazing op het gezicht boven het u-
niform. Dan komt er een uitdrukking die past bij de
vermoedelijke gedachte dat men klantvriendelijk be-
hoort te zijn. Vervolgens wordt er heel ergens op de
bodem van de werktas gezocht naar een vermoedde
stempel mogelijk toch nog daar en zo krijgen we ha!
altijd wel ons stempeltje. Al een kleine serie boeken-
weekgeschenken bestaat er zo, braaf gesigneerd door
het treinbedrijf. Ook ditmaal ging het op deze manier.
Echter, de medereizigers om ons heen zagen het ritu-
eel, wilden plots ook allemaal wel zo’n signeerstemp-
eltje in hun kraaiboekje. En zo verwerden wij, vriendin
s en ik, literaar gezien daar in de trein vermoedelijk
tot trendsetters. Toegegeven, wel een tikje sultrend-
je en aldus ook niet iets om snoevend over naar huis
te schrijven.
Overigens had ik, de man van wij, het boekje van
Abdolah thuis al gelezen, en eh eh en dus aan de
hand van dit boekje (ander werk van K las ik waar-
lijk in het geheel nog niet); Kader, lieve meneer,
men zegt nogal eens dat om een algrootste te
worden, daar moet een mens torment gesproken
veelal wel effe het vele van het een en nog meer
van het ander voor doen. Maar dat is torment hé.
En dan, waar een wil is is een weg, jajazeker, dat
zegt ook een Nederlands spreekwoord en Dikker-
tje Dap zoefde toch ook effe mooi van de lange
giraffenhals, al was het zowaar wel naar beneden.
Er werd, zo zonder dat lezen, veel gekletst in de
tot kermisatractie verworden trein; was men jong
(weinigen) dan ging het over anderen, was men
middelbaar (velen) ging het over anderen, was
men bejaard (ook velen) ging het over anderen,
was men alleen dan ging het per mobieltje over
anderen. Ook de meegesleepte kinderen waren
vol van zichzelf, alleen zij maakten zonder het
te beseffen en zonder klets over anderen lekker
wat lawaai VOOR anderen en buiten was het ook
al geen vetpot wat de wereld betreft, een kermis
onwaardig werden weilanden (met of zonder koei-
en) afgewisseld door huizen van dorpen of steden,
tenminste in zoverre het mogelijk was je daarop
te concentreren want het lippenwerk over het de-
bunken van de soort deed de overtoon aan kwel-
geluid toch wel aanvoeren in de treincoupe waarin
wij zaten. En Kader Abdolah maar schrijven in dat
Nederlandse voor hem veel te kleine taalgebied-
taaltje.
Hoe wij aan de Kadergeschenkjes gekomen zijn?
Vorige week vrijdag na een ziekenhuisbezoekje in
de vroege morgen per metro naar Donner getogen
om daar de zo gratis geschenkjes te bemachtigen
via de koop van wat andere boekwerkjes. Welnu,
op de bovenverdieping is al jaren de heerlijke af-
deling waar gedeukte gekneusde en wat dies meer
zij boeken worden verkocht voor redelijk afgeno-
men prijsjes (deukjes / kneuzingen die het lees-
werk geenzins schaden), al tijden verwerven we
daar boeken voor veelal de helft van de prijs die
men normaal voor een vers boek betaalt, het eni-
ge maar makkelijk te overwinnen nadeel is dat er
op de snede van deze boeken een zwarte viltstift-
streep is gezet. Zo kochten we er oa Kleine door-
schijnende man van Erik Jan Harmens, alzo kochten
we er Het verraad van de tekst van Arnon Grunberg,
maar ook voor vette nieuwprijzen de dichtbundels
Gratis tijd voor iedereen van Alexis de Rode en de
bundel Eiland berg gletsjer van Anne Vegter alsook
het prive-domeinboek Dienstreizen van een thuisblij-
ver en nog wat ander brilverwerkspul zodat die uit-
gespaarde honderd euro, hierboven zo smikkelend
genoemd, mooi wel uitgegeven is aan deze boeken
en het gratis reizen zowaar op heus als een strak
eigen-doos-sigaartje mocht beleefd,,,, uiteindelijk.
En hoe de in Maasstricht getoonde werken (portret-
ten) van Katinka Lampe zijn? Laat het zo zijn ge-
zegd, wij hebben ondanks de proptrein geen spijt
van deze ‘gratis’ onderneming en mogen daarbij
zeker stellen dat een schilderij van Katinka Lampe
met een gedicht van zus Astrid met alle glunder van
beleef in deez’ wereld in het door ons veroorzaakte
poëziepleingebeuren mocht opgenomen.
Werner Spaland
In de vorige brief leek het of ik de poëzie uit de bundel Geachte
muizenpoot en achttien andere gedichten van F. Harmsen van Beek
blubber op blad vind. Nee dus. Hoewel er onder de schedel geen
vuurbakens spontaan gingen ontbranden tijdens het lezen van
Van beeks gedichten wil de laatste brief alleen maar zo zijn ge-
schreven omdat poëzie blijkbaar zonder gegronde reden uit be-
treffende bibliotheek wordt geflikkerd. Ik namelijk verwoordde,
toegegeven op een geheel eigen wijze, een door mij vermoedde
oorzaak waarom onderhavige dichtbundel uit de collectie van de
Maastrichtse bibliotheek is gegooid. Namelijk: een naar warrig
neigend werkje hier in huis en niemand leent het dus opdoeken
die handel. Een legitiem vermoeden wat mij betreft, want gebrek
aan ruimte lijkt me in dezen geen argument, dunner kan een
bundel nauwelijks zijn.
Bar!
Een veelwerf bar ja, dat mogelijk voor de keuze aan leesvoer
binnen de muren van bibliotheken funest wil gaan zijn op den
duur. Is er voor gulzige lezers uiteindelijk alleen nog de Do-
nald Duck te vinden. Of iets dergelijks als de bijbel nog net
wellicht. En daar krijg je toch de drek van in de laarzen. Een
bundel van bij voorbeeld Tonnus Oosterhoff, een bundel van
Arjen Duinker, een bundel van Astrid Lampe, weinig tot geen
enkele kans, zo mag aangenomen, maken ze bij een biblio-
theek die zo’n relatief gezien eenvoudige bundel als dat van
Harmsen van Beek uit de collectie frommelt.
Te bar dus zo bedoelde de brief te zijn.
Dit vuiltje uit de wereld geklaard hebbende ga ik snel over
naar het in schrijversland zo verfoeide navelgebiedje. Want
wat wil het geval? Ik ben loodverkouden. Mijn neus druipt
alsof ie er een diploma voor heeft behaald. Mijn longen ver-
loren hun elasticiteit al dagen geleden, een soort bedompt
gerochel produceren ze nog en dat uiteraard met veel pijn
in vermoeide moeite. De ogen drijven in bakken water waar
nog geen secretarisvogel zich in zou willen wentelen. Mijn
hoofd suist alsof het hele heelal er in is doodgeslagen. Het
mooiste boek lijkt me nu een vod in nauwelijks twee dagen
geschreven. Pauw en Witteman komen me voor als twee
mannetjes die een uur mogen volkletsen met volkletsen
zonder ook maar de kleinste aankomst op oever of kade
te bewerkstelligen, al te loos drabbelt hun rubbergeklets
mijn door verkoudheid tot totaalfrommel neigende oren in.
Alleen sport is er nu nog te verdragen.
Liefst voetbal.
Géén praatprogramma’s over voetbal!
Jack van Gelder. Brrr.
Smeets, dat kan nog net in mijn volle verkoudheidsgolf, maar
een dichtbundel bijvoorbeeld is weer uit den boze. Dan liever
de presentator van DWDD. Vooral zijn inleidinkjes tot gesprek-
ken zijn puik. De te interviewen gasten worden erin neergezet
alsof ze wereldwonderen hebben verricht veelal. Je ziet ze, de
gasten, meestal, tenminste als ze een beetje bij leef zijn, bij
zulke woorden ineenkrimpen tot beduimelde velzakjes die het
liefst zo snel mogelijk willen opgepakt om naar naar elders te
worden verplaatst.
Wel kneuk voor m’n slijmpiepende lichaam was het te zien dat
Wilders tijdens de campagne tot de bejaarden moest afdalen
met een glimlach vol lievigheden. Zelfs bij Max is ie geweest
als ik het in mijn verkouden lijf nog allemaal wel heb want er
zweeft zoals gezegd een stevig zweempotje koorts door mijn
bouwwerk. Bejaarden paaien met een geboetseerde glimlach,
het is natuurlijk ver beneden zijn scheefmatje gezien dat glim-
lachje, maar het leverde hem wel een kek winstje op. Rutte
kon er zijn ingehouden triomfroep nauwelijks van binnenhoud-
en.
Ook op mijn benen hoef ik al dagen niet te rekenen, die lijken
de kunst van het lopen vergeten, van schoenen of sloffen onder
de pijp zijn ze al helemaal vervreemd. En zielig hé dat net niet
van de verkiezingen voor Job en zijn oppositoos. Maar de bal is
rond zo pleegt men bij teleurzuchtgelegenheden veelal te zeg-
gen. Dus the came is still on. En toch, Sap en Roemer, ik weet
het niet. Het lijkt wel of ze in een speeltuin zijn toegelaten waar-
van ze de kille achterkanten van de speeltuigen nog niet geheel
en al kennen, fris en onbevangen speelden ze er op los tijdens
de campagne. Het resulteerde in een teennageltje erbij voor
Groen Links en een stevige kalknagel eraf voor de SP. En dit
algedoe van de politiek stroomt gewoon maar onbedaard over
mijn zieke lijf. Maar goed, over lichaamsellende is nu wel ge-
noeg gezegd en over neuken ben je ook zo uitgepraat, die drie
minuten ellenlang weergeven, het is zowaar als midden in een
flink uitpakkende zomer een magere sneeuwman maandenlang
op een weiland verplichten te overleven.
Dan maar, als allerlaagste keus, aan de dichterij.
Een vers kleumt altijd wel.
Het eerste wat na het bovenstaande me ter opzang te binnen
schiet is het woord africhten. En daaruit is dan, mede ook na-
mens het onderwerp neuken van hierboven, te concluderen dat
het een lekker gevoelsgedicht gaat worden. Een vers in prach-
tige woorden. Een gesublimeerde neukpartij wellicht zelfs, als
compensatie voor al het stemverleidgedoe van de laatste dagen
waarin de werkelijkheid ook al zo zoek was veelal.
Ha, ik ga gelijk loos met de mij ook al plots te binnenschieten-
de titel Romanke .1, de rest volgt dan als vanzelf zoals hier-
onder zal worden bewezen:
Het begon pas echt nadat ik met een hamer de
pootjes van de kat aan gort had geslagen. Tot
dan toe had het geen enkele kans gehad. Mijn
leven.
Dus liet ik de kop van de hamer na de daad om-
smeden tot een brede band. Om de pols te dragen.
Mijn pols.
Drie dagen na de polsband zat ik in het gevang.
Al heeft dit geen enkel belang voor mijn leven.
Een weekje later werd ik weer vrijgelaten. Men
had zich vergist.
Uit het gevang wilde ik diep.
Eens danig onder de zeespiegel rondsnorkelen
leek me het juiste begin daartoe. Groots en vrij
zogezegd. Twee drie decimeter. Dieper kwam ik
niet. En dat vrije bleef dus ontstellend weg met
zo’n luchtcilinder op je rug. De vissen ook kul.
Dan maar even een straat beleven in een iele
auto. Rood met witte stippen. Maar spillebenen
had ik al uit het water in de lucht zo leek mij de
logische volgorde.
Ik bouwde een vliegtuig.
Omdat er geen rem op zat werd dat ook niks
volgens de verkeersleiders. Ze wezen naar
beneden. Daar hing een fiets op slot tegen
de rechterflank van een gestolen paard. Een
oude man aaide de fiets en liet de fiets on-
gemoeid. Het paard gooide de fiets van zich
af. De oude man liep door want een meisje in
een minirok keek alsof ze beslist niet geaaid
wilde worden. De stof gaf haar hele heuplijf
voldoende ruimte.
Later dronk ze thee.
Met uitzicht op opa.
Beetje hongerig stap je dan maar een patat-
zaak binnen en koopt er een hele koe. Dat
wilde ik. Ze hadden alleen nog een koe in
stukjes. Broodje kroket dan maar. We kun-
nen er wel een bestellen. Maar dat hoefde
voor mij niet. En een meisje had ik ook nog
niet gehad zo zonder echt begin. Aldus ver-
dronk er in het kanaal een vis. Het dier was
niet geleerd hoe kieuwen werken. De burge-
meester (ook van het kanaal) sprak de hoop
uit dat dit niet heel veel vaker ging gebeuren;
Jezus had al eens iets met vissen uitgehaald.
Terug naar moeder. Geen optie. Ik zag haar
al staan met die manke kat in haar handen.
Achter het burau stond een lege stoel. De
secretaresse en de stoelzitter waren gaan
lunchen. De telefoon rinkelde niet en op
straat speelde een mier met de gedachte
een klinklare hoop te ontwerpen. Van tussen
de naden van de tegels verzamelde hij ge-
likte korrels zand.
In de fabriek maakten ze lepeltjes.
Ik moest toch wat.
Toen ik mijn huis niet meer uit kon vanwege
de lepeltjes volgde ontslag want het gevang
had ik al gehad. De lucht kreeg een eigenaar-
dige gele kleur. Net of van Gogh tegen een
onnoemelijk hoge ladder op was geklommen.
In een kamer renden twee mensen om een
modelspoorbaan. Ruzie of gewoon wat geil?
De bakker stond al zijn shemden te verkopen.
Van broodjes en ander bakspul veelsprake.
De hele buurt eet nu nooit meer vis.
En ik ving mijn huis te verven aan.
Zonder de lepeltjes was er weer ruimte. Het
huis brandde niet af. Zonk wel wat weg in de
aarde. Het geverfde was geheel en al voor
niets dus kwam ik vader tegen. Hij was er-
mee verlegen. Moeder is dood maar nog
altijd niet bereid je te vergeven. En zullen we
het dak repareren. Maar ik had net mijn huis
geverfd.
Wel weinig rijm.
Maar wat the hek.
Werner Spaland
ik doe mijn lichaam
lauw en vrij bewolkt
jij naakt
ironie haalt perk en winter binnen
wij die koppig schragen
voeren roem en schijn
op naar absurd domein
zo zonder veel waarom
op gratis groeit contact extreem
fijn als verzamelt maar gepieker
triviaal stuk strand slijpt vonken
zwier-tv toont alle goed goed daar
zwiept vacante poëzie langs tafels
ploegt innig door de
volle koelkast juicht
ons een hemel tegemoet
een priemend krantenkopje
heft zijn kop zegt
veelbespeelde harpen
daarvan word je vadsig
Werner Spaland
vanuit de schuur de homecinema bedienen
glans in de vloer
open gevel
en een oprijlaan
wandelen door het loofwoud
ook een fiets is er te huren
stadslawaai buitengesloten
hoge gewelven
ovale lijnen
grote bogen
plavuizen van takbreuk
of een drankje aan de designhaard
bij overdekt zwembad (28 graden C)
gebruik van douche met kleurentherapie
toegegeven volberijmbaar is de omgeving
niet maar dat wordt goedgemaakt door
het geklots van water tegen patrijspoorten
gemaakt in dikke muren van natuursteen
het feelgoodgevoel met iedere duik sterker
de keuken serveert ongevraagd
fondues
vanuit een stal met hooizolder
voor u omgetoverd tot vakantiehuisje
met extra geluid van kabbelend water
vanuit de schuur de homecinema opnieuw opstarten
©2003 - 2012 Weblog.nl is onderdeel van Sanoma Media Netherlands groep.