.5
bomen in de straat staan zich
blakend groen te klauwen bij
veel uitzicht vanaf het balkon
zijn hobby
de stekelbaars houdt niet op
te bestaan zo’n zestien keer
per maand drijft ze zich aan
het aanwezige water dood al
wil haar lijkje nooit gevonden
of met stokrechte woorden
en tegen alle versregels in:
er drast wat klots aan het lijf
een gerommel dat de avonturen
uit het groen pijnlijk tekort doet
terug! naar de blomme regels
de ramen in de gevels blinken
alsof ze hem tot leven sporen
een heimelijk bochelen van
gordijnen achter glasruggen
hij: fuck de mythe
en droogt de stekelbaars aan
de overlopende tekst van zijn
ware lijf waarin meiden beslist
maar nagel zwemt de maan
tegen het logge nachtlaken
moeder houdt z’n ijzers in het vuur
de omvang niet te pruimen maar
bij de patatzaak weten ze wel raad
stellen: suck de poëzie in moeders
op het platteland valt van het dak
van een hoeve geen volvette mus
de buurtinspectie rept in op duister
zoveel poëzie
in patat
met mayonaise
de stekelbaars alweer dood doft
zich op voor een volgende ronde
.6
op het moment dat de zwetende man
er de verjaardagstaart op wilde zetten
ondertussen stroef mompelend dat er
weer
een fikse stap dichter gezet was naar
(al was hij pas zesenveertig en zijn dus
strandlieve vrouw argwelig veel jonger)
brak de tafel in tweeën.
op de eeuwigheid is zelfs negentig jaar
helemaal niks zo placht hij te zeggen
op verjaardagsfeesten of anderszinse
bijeenkomsten waar je vrolijk mag zijn.
alzo sneuvelde met de tafel de taart.
‘t gegodver ging verloren in de breuk.
en of de feestzin nog ‘s extra niet wilde
swingen werd er buitenshuis een kind
aangereden door een auto die dan wel
geen milimeter te hard reed maar wel
loepzuiver ingleed op het stukje mens.
de taartdrab bij elkaar in warme vorm
geschoven en stevig aangestampt tot
men het kind wegnam in een lijkwagen.
ergens gleed er droes uit een braadpan
maar dat had niet per se iets te maken
met het verlies van de verjaardagstaart.
het feest vond volle doorgang in ‘t ware
besef dat 1 dode zwaluw weliswaar een
strontje op de lente zet maar geen lied
kan blussen in de blij komende zomer.
net aan de warmte zag men stuitende
ballonnen in de lucht men moest weer
denken aan de verjaardagstaart van de
zwetende man waarvan de oplaters dus
heus ook fiks een brok hadden gegeten.
nog later
maar geheel volgens de seizoenswissel
brak de winter in alle hevigheid aan en
men vond dat er veel was beleefd in de
stad. De vijvers vroren ervan dicht maar
de vissen wisten behendig te overleven.
.7
en dan historie herhaalt zich
niet moeilijk is het om je te
tot op de overkant te dragen
aldus de dragers van klare kleding
veelal behoorlijk leb van alle drang
anders dan tussen behang aan krappe muren
waar thuiskijkers achter gefronste lippen alles
ja alles willen vertellen / op verhaal wel (gordijnen toe)
dat ze heus willen gaan als een Icarus
in gaaf! gekeerde richting want pc’s ja
die kan je resetten en ook mooi laten
zoeken naar het zomers gewekte gras
maar altijd is er dan wel een buurman
die stuurs kijkt
over het hek
in hun visvijver zijn vrouw en de maan is rap
vol op weg naar whiter shade of alle álle pale
waarom glimmen in een auto
waarom die oogachterlijke bril
waarom vlies zijn in alom wak
zo stelt de buurman
en steekt zijn tuin in brand
de volgende dag gaat in de krant gewag gemaakt
van een vrouw met gele lelies in haar handen en een hek
dat gespaard bleef al bezeerde een man zich eraan
het heelal doet hier natuurlijk weer niks mee
en ook al die muren
die Jezus eeuwig maar zo laten hangen
niet veel later (er vloog een doorkijkje over
en de windmolens deden in zee hun gang)
doezelde de krant in de gekuiste kattenbak
.8
zo kijk je het gras uit tuinen van sporters
zo kijk je wapenblauw op de lucht
of laat je wat koeien hun uiers ontploffen
je probeert eens wat
je slaakt een boek open
je bakt een haantje
je geniet je huurtoeslag
een kasteel dat nog niet op instorten staat
pulkt aan eigen fundament om een knap afscheid
in de gangen heerst dat wat gangen tot gang maakt
en buiten kijkt een meisje op naar de trans
waaraan een witte zakdoek fladdert
die probeert het gebouw vlot te trekken bedenkt ze
ook zij probeert eens wat
want de schepping geen slecht idee
in de buik van de walvis waar Jonas ook al zo huisde is
het een bende van jewelste maar het spugen blijft uit
het beest zwemt gewoon door zoals het voorwaar hoort
het geeft toch te denken
zoenendebelofteinboedel en geen uitvaart
als euthanasie nog moet volgen probeer je
niet uit overtuiging maar meer uit gewoonte
zoals er altijd wel koeien in weilanden staan
zoals er nur wat letters als je nooit echt leest
je probeert eens wat
stenen / platte stenen
de rivier ketst ze in een heg rond een speelplaats
Werner Spaland