Romanke .9 / .11

.9

liederlijk
bulkt een boek uit de boekenkast

lente
zingt een ander geschrift

onzin
zo ook lepelt er tussen wat kaften uit

over de tafel een tekening
daarop bedreven mieren
getekend in een naïve stijl

ik eet een Berliner bol

Jezus hangt cosy aan het kruis boven de deur

o een paar sluike dijen nu
en ja ook de thee al koud

zeeslagen
lonkt een paperback

uit mijn geschiedenis pulk ik een moment

verrijking op het lek
sijpelt er onverstoorbaar uit een bundel essays

op het raam druppelt mooi weer
de gordijnen dik doende zich te

verzwijgen

weg in eigen zolder
fluistert een dun fraai glanzend anthologietje

de op het vel
getekende mieren

ze woelen

lessen in lyriek
zwijmelt W. Bronzwaer naast een boek over Hitler

 

 

 .10

water past overal in 

al wil vader nooit naar het strand

omdat ie dan zijn sokken uit moet doen
zijn haren ongekamd gaan als Sirenen
in een koekenpan met glazen deksel
waarin een gaatje voor het ontsnappen

van hete lucht

moeder achter haar meubelscherm daar
geen weet in wil hebben naast hun vijver

zonder vissen en flansend wier
weggeknipt om altijd theewater

water past overal in

zoals in fijn klavertjes vier smijten over
waartoe vader stuitert waarvan moeder
haar haren stijf aan de vaatdoek houdt

zo

dat

ze er de dagen mee vullen
het huis in gestuwde vlaag
aan ijle struiswolken hangen

vrij inclusief ook

raak ik getrouwd met Anna

 

.11

vogels op blote hoogte met veren rondom
kennen de slagen van soms een bekje spuug
maar ook geen spatje aan de hemel vooral 

pepermuntje op de tong
een veilig aan de grond 

op een groen groen groen groen knollen
knollenland al hun vleugels heel parmant 

vanwege zaakjes 

op leven naar danige dagen geil
en ook niet uit elkaar want
waar geloofd wordt zwellen wanen 

zonder doodgelakte appels 

plus afstandsbediening
op weggelaten dromen 

en ook zo af en toe de cursor
op de keel hup een-twee-drie

en ook wel vier

bij vijven en zessen
loopt men aan men op conversatie 

veren rondom

Werner Spaland

Romanke .5 / .8

 .5

bomen in de straat staan zich
blakend groen te klauwen bij
veel uitzicht vanaf het balkon

zijn hobby

de stekelbaars houdt niet op
te bestaan zo’n zestien keer
per maand drijft ze zich aan
het aanwezige water dood al
wil haar lijkje nooit gevonden

of met stokrechte woorden
en tegen alle versregels in:

er drast wat klots aan het lijf

een gerommel dat de avonturen
uit het groen pijnlijk tekort doet

terug! naar de blomme regels

de ramen in de gevels blinken
alsof ze hem tot leven sporen

een heimelijk bochelen van
gordijnen achter glasruggen

hij: fuck de mythe

en droogt de stekelbaars aan
de overlopende tekst van zijn
ware lijf waarin meiden beslist

maar nagel zwemt de maan
tegen het logge nachtlaken

moeder houdt z’n ijzers in het vuur
de omvang niet te pruimen maar
bij de patatzaak weten ze wel raad

stellen: suck de poëzie in moeders

op het platteland valt van het dak
van een hoeve geen volvette mus
de buurtinspectie rept in op duister

zoveel poëzie

in patat

met mayonaise

de stekelbaars alweer dood doft
zich op voor een volgende ronde

 

.6

op het moment dat de zwetende man
er de verjaardagstaart op wilde zetten
ondertussen stroef mompelend dat er

weer

een fikse stap dichter gezet was naar
(al was hij pas zesenveertig en zijn dus
strandlieve vrouw argwelig veel jonger)

brak de tafel in tweeën.

op de eeuwigheid is zelfs negentig jaar
helemaal niks zo placht hij te zeggen
op verjaardagsfeesten of anderszinse
bijeenkomsten waar je vrolijk mag zijn.

alzo sneuvelde met de tafel de taart.
‘t gegodver ging verloren in de breuk.

en of de feestzin nog ‘s extra niet wilde
swingen werd er buitenshuis een kind
aangereden door een auto die dan wel
geen milimeter te hard reed maar wel
loepzuiver ingleed op het stukje mens.

de taartdrab bij elkaar in warme vorm
geschoven en stevig aangestampt tot
men het kind wegnam in een lijkwagen.

ergens gleed er droes uit een braadpan
maar dat had niet per se iets te maken
met het verlies van de verjaardagstaart.

het feest vond volle doorgang in ‘t ware
besef dat 1 dode zwaluw weliswaar een
strontje op de lente zet maar geen lied
kan blussen in de blij komende zomer.

net aan de warmte zag men stuitende
ballonnen in de lucht men moest weer
denken aan de verjaardagstaart van de
zwetende man waarvan de oplaters dus
heus ook fiks een brok hadden gegeten.

nog later

maar geheel volgens de seizoenswissel
brak de winter in alle hevigheid aan en
men vond dat er veel was beleefd in de
stad. De vijvers vroren ervan dicht maar
de vissen wisten behendig te overleven.

 

.7

en dan historie herhaalt zich
niet moeilijk is het om je te
tot op de overkant te dragen

aldus de dragers van klare kleding
veelal behoorlijk leb van alle drang

anders dan tussen behang aan krappe muren
waar thuiskijkers achter gefronste lippen alles
ja alles willen vertellen / op verhaal wel (gordijnen toe)

dat ze heus willen gaan als een Icarus
in gaaf! gekeerde richting want pc’s ja
die kan je resetten en ook mooi laten
zoeken naar het zomers gewekte gras

maar altijd is er dan wel een buurman

die stuurs kijkt

over het hek

in hun visvijver zijn vrouw en de maan is rap
vol op weg naar whiter shade of alle álle pale

waarom glimmen in een auto
waarom die oogachterlijke bril
waarom vlies zijn in alom wak

zo stelt de buurman

en steekt zijn tuin in brand

de volgende dag gaat in de krant gewag gemaakt
van een vrouw met gele lelies in haar handen en een hek
dat gespaard bleef al bezeerde een man zich eraan

het heelal doet hier natuurlijk weer niks mee
en ook al die muren
die Jezus eeuwig maar zo laten hangen

niet veel later (er vloog een doorkijkje over
en de windmolens deden in zee hun gang)
doezelde de krant in de gekuiste kattenbak

 

.8

zo kijk je het gras uit tuinen van sporters
zo kijk je wapenblauw op de lucht
of laat je wat koeien hun uiers ontploffen

je probeert eens wat

je slaakt een boek open
je bakt een haantje
je geniet je huurtoeslag

een kasteel dat nog niet op instorten staat
pulkt aan eigen fundament om een knap afscheid
in de gangen heerst dat wat gangen tot gang maakt
en buiten kijkt een meisje op naar de trans
waaraan een witte zakdoek fladdert
die probeert het gebouw vlot te trekken bedenkt ze

ook zij probeert eens wat

want de schepping geen slecht idee

in de buik van de walvis waar Jonas ook al zo huisde is
het een bende van jewelste maar het spugen blijft uit
het beest zwemt gewoon door zoals het voorwaar hoort

het geeft toch te denken

zoenendebelofteinboedel en geen uitvaart
als euthanasie nog moet volgen probeer je
niet uit overtuiging maar meer uit gewoonte

zoals er altijd wel koeien in weilanden staan
zoals er nur wat letters als je nooit echt leest

je probeert eens wat

stenen / platte stenen

de rivier ketst ze in een heg rond een speelplaats

Werner Spaland

Romanke .1 / .4

 
.1

Het begon pas echt nadat ik met een hamer
de pootjes van de kat aan gort had geslagen.
Tot dan toe had het geen enkele kans gehad.
Mijn leven.

Dus liet ik de kop van de hamer na de daad
omsmeden tot een brede band. Om de pols
te dragen. Mijn pols.

Drie dagen na het smeden zat ik in het gevang.
Al heeft dit geen enkel belang voor mijn leven.
Een weekje later werd ik vrijgelaten. Men had
zich nogal vergist.

Uit het gevang wilde ik diep.

Eens danig onder de zeespiegel rondsprokkelen
leek me het juiste begin daartoe. Groots en vrij
zogezegd. Twee drie decimeter. Dieper kwam ik
niet. En dat vrije bleef dus ontstellend weg met
zo’n luchtcilinder op je rug. De vissen ook dull.

Dan maar even een straat beleven in een iele
auto. Rood met witte stippen. Maar spillebenen
had ik al uit het water in de lucht zo leek mij de
logische volgorde.

Ik bouwde een vliegtuig.

Omdat er geen rem op zat werd ook dat niks
volgens de verkeersleiders. Ze wezen naar
beneden. Daar hing een fiets op slot tegen
de flank van een onaardig versleten paard.

Een oude man aaide de fiets.
Liet het paard ongemoeid.

Het paard kreunde de fiets van zich af. De
oude man liep door want een eh meisje in
minirok keek alsof ze beslist!! niet geaaid
wilde worden. De stof gaf haar hele heup-
lijf voldoende ruimte.

Later dronk ze thee.
Met uitzicht op opa.

Beetje hongerig stap je van zoiets een patat-
zaak binnen en biedt op een hele koe. Dat
wilde ik. Alleen een koe in stukjes was er.
Broodje kroket dan maar. We kunnen er wel
een bestellen. Dat hoefde voor mij niet, een
meisje had ik ook nog niet gehad zo zonder
echt begin. Aldus verdronk er in het kanaal
een vis. Het dier was niet geleerd hoe kieuwen
werken. De burgemeester (ook van het kanaal)
sprak de hoop uit dat dit niet heel veel vaker
ging gebeuren Jezus had al ‘s iets met vissen
uitgehaald.

Terug naar moeder. Geen optie. Ik zag haar
al staan met die manke kat in haar handen.

Achter het enorme burau stond een lege stoel.

De secretaresse en de stoelzitter waren gaan
lunchen. De telefoon rinkelde niet en op straat
speelde een mier met de schone gedachte een
klinkklare hoop te ontwerpen. Van tussen de
naden om de tegels verzamelde het dier gelikte
korrels zand.

In de fabriek maakten ze lepeltjes.

Ik moest toch wat.

Toen ik mijn huis niet meer uit kon vanwege
de lepeltjes volgde ontslag want het gevang
had ik al gehad. De lucht kreeg een eigenaar-
dige gele kleur. Net of van Gogh tegen een
onnoemelijke hoge ladder op was geklommen

In een kamer renden twee mensen om een
modelspoorbaan. Ruzie of gewoon wat geil.
De bakker stond al zijn hemden te verkopen.
Van brood en meer bakspul dus veel sprake.

De buurt wilde even geen vis meer.
En ik ving mijn huis te verven aan.

Zonder de lepeltjes was er weer ruimte. Het
huis brandde niet af. Zonk wel wat weg in de
aarde. Het geverfde was geheel en al voor
niets dus kwam ik vader tegen. Hij was ermee
verlegen. Moeder is dood maar nog altijd niet
bereid je te vergeven. En zullen we nu het dak
repareren. Maar ik had net mijn huis geverfd.

 

 .2

aardappels op een schaaltje
het was nog te doen alsof er
vreugde in te veel gezin kon.

de lijn op de gang waar jezus
met spijkers in al zijn zakken
gedurig overheen sprong zon
der lage veulens en gepelde
noten voor lekker tussendoor.

op straat weelden klavertjes 4
het zoeken mocht niet blaken
anders pikte een ander ze in.

of een mooie pinksterdag graag
samen in het zonnetje stralen
maar de melkman kwam langs.

veel sterfgevallen oftewel lately
spoelen dishwashers noodnodig
de kruin op tot ketelmuziek zo
zei de melkman aan de koffie

een zwembad vol mensen deed
iets na al wist hij van geen idee.

op de nok van een vork zat grof
een aapje wat zult uit te smeren
naar een reeks hangende zaken.

bij de aardappels wilde vandaag
jus! in een heel mooi kommetje
het vlees bleek ook al gesneden
het gezin ging in een goede bui.

een andere dag in oktober regen
zelfs jezus vergat lijn en spijkers
maar november heus weer okay.

 

.3

galm van doodsklokken in zonlicht

en

kan iemand die bellen eens afzetten

we stopten voor een winkelcentrum
of men het ons voor de neus schoof
plots en zonder dat we vroeg waren
opgestaan maar moeder ontmoette
zo haar eerste jeugdliefde

tachtig en gek genoeg
wist ze het nog tot in detail.

werkelijk een secuur verhaal.

op de kledingafdeling moest ze jurken
op de meubelafdeling moest ze stoelen
op de verpleegafdeling vastgebonden
kwam ze tot een set pillen en tot rust.

achter de ramen in een bruin café
gingen onze bierviltjes om het natst

ook zonder moeder de wereld vol God
dus het winkelcentrum schade betalen
een auto zou er zomaar voor gekocht
maar een droger was haar toch liever
heus dat wisten we nog van toen thuis
en vader maar knikken op zijn buidel
gezeten als de koning zonder kleding.

de galm van doodsklokken in zonlicht

en

ons moeder viste het slipje in haar tas
onhandige avances maar hij was heel
geweldig dat nog vertelde ze dus erg
nipt voor al die pillen moesten geslikt.

 

.4

onder de deurmat wonen
veel spinnen. vader spin is
al eens buitengezet. netjes.

vader spin zag verdwaasd
toen om zich heen leerde
van warrige schreden drab.

droef na de uitzet wandelde
vader spin terug naar de
rand van de mat waar hij
zich lang al te wonen wist.

op de straat deden mensen
mensen. gevoelig als waren
ze nogal voor alles mogelijk.

ergens in veel tuin speelde
een hardhouten staaf voor
tuinkabouter als hoofd van
een gave ti ta straaldevisie.

voor haar computer zat een
vrouw een gedicht te lezen,
bedacht na de schermtuur:

als existentiële bergdalen
naar de wolken vallen dan
zal mijn sterrenstelsel wel
triljoenen wensen opdoen.

tegen de gevel van haar huis
stond een fiets prettig met
een lekke band er ging niet
gegaan naar al overkomen.

de staaf van de straaldivisie
liet een wondernagel op stel
aanbrengen opdat het hoofd
kon blijven tot aan de dood.

in ‘t zicht van een ijsfabriek
sprak haar bouwvakker een
steen aan met de woorden
mijn leven jij harde donder.

de mat is nooit meer geklopt
vader spin was vol tevreden
liet familie uit het naburige
huis overkomen tot feesten.

ook de tuin deed weer mee.

Werner Spaland

Uit…

P1000578 2

Lokkende brokken

een vis springt uit het water omhoog
op het kieuwhoofd een overvolle hoed

het blubt
het blubt

maar tussen oorlellen
liggen verknoeide oren

vangen losse woorden die doen vermoeden

gods wateren niet gods akkers
en leg de ketting aan de kraan

pogingen in tongen te spreken
doen letters uitgebloeid buigen

een jonge Xhosabruid draagt
gedroogde wortels van de Afrikaanse lelie
aan een draadje rond haar hals

kinderen moet ze

 

Beeld “Piëta” SAGE /2009; Taal Spaland. Uit “Bijeengedreven stilte

bij inhaak krakbeeld vervoegen

hazemelk slaakt mallen naar de lucht
en pimpelmees boetseert zijn dronken zang in staaltjes zon
het geil geluid keilt regels van de rand

de rekening verdwijnt in kolven

voeten weten ruimte naast de schoen en 
dat het wiel niet zomaar in de klucht viel

koffers vastgevroren aan vertrek

Pietje Bel sluipt met zijn neus in het zand
geeft het goddelijk land weer alle kleuren

oeverriet aan buiglucht spinnen
hoogtij
hoogtij
want de kip zat in de oerknal al

en het zal zowaar toch niet gebeuren dat
waterspoeling in het sleutelgat
de lepel zich tot drietand laat verkleuren

Werner Spaland

Geladen ruis voor bergbeklimmers

 

ik doe mijn lichaam
lauw en vrij bewolkt

jij naakt

ironie haalt perk en winter binnen

wij die koppig schragen
voeren roem en schijn
op naar absurd domein
zo zonder veel waarom

op gratis groeit contact extreem
fijn als verzamelt maar gepieker
triviaal stuk strand slijpt vonken

zwier-tv toont alle goed goed daar
zwiept vacante poëzie langs tafels

ploegt innig door de
volle koelkast juicht
ons een hemel tegemoet

een priemend krantenkopje
heft zijn kop zegt 
veelbespeelde harpen 
daarvan word je vadsig

 Werner Spaland

gewondeplekjes voor een mislukte nacht

 

vanuit de schuur de homecinema bedienen

glans in de vloer
open gevel
en een oprijlaan

wandelen door het loofwoud
ook een fiets is er te huren
stadslawaai buitengesloten

hoge gewelven
ovale lijnen
grote bogen
plavuizen van takbreuk

of een drankje aan de designhaard
bij overdekt zwembad (28 graden C)
gebruik van douche met kleurentherapie

toegegeven volberijmbaar is de omgeving
niet maar dat wordt goedgemaakt door
het geklots van water tegen patrijspoorten
gemaakt in dikke muren van natuursteen

het feelgoodgevoel met iedere duik sterker

de keuken serveert ongevraagd
fondues
vanuit een stal met hooizolder

voor u omgetoverd tot vakantiehuisje
met extra geluid van kabbelend water

vanuit de schuur de homecinema opnieuw opstarten

Het punt is dat een gedicht ook goede sier wil maken

alzo over lokken gesproken
daar vermaak ik u wel mee

gewoon een plastic zeildoek over ALLES heen

of

dingen die een man kan doen
met een …
het woord kut wil bij mij vulgair

ik namelijk
ik neem met schoonhanden
elf letterslagen door stad en dorp

op die diepte

alleen zowaar de strakste middelen helpen
een psych die zijn patiënt op handen trapt
veel snelle snacks in driesterreneetresto’s
auto’s met daarin beslist veel beenruimte

top of the bill: outlets in kortingsdorp voor de funshopper

toch vind ik op het strand vaak brokken veen
die er uitzien als turf
vol met beschermgangen van boormossels

een verschuiving ook kan er optreden
in het noemen – groot dooiermos bijv.
heette vroeger steenkorstmos bij voorkeur
groeiend op steen geel soms ook grijs

hoewel donderdag is voor het eerst weer de veldleeuwerik
gehoord door een homoautomobilicus wat buiten de berm

(online te zien op You Tube)

Hekhaardklokthuistiktik

in zijn zwerk draait het heelal om niet om

en dat hij, de kater, niet zwart wordt
van uren op de bank liggen in zindering 
volmondig het loeren verfraaiend
naar alle dag vogeldienst is nog te doen

maar de ruimte 

die volop bekleden met veelweetsteen om echt
het wil een farce heten als een onmogelijk feit 
op lekke banden voorthobbelend over de tafel

waar ook de stoelen
rondom de tafel 
de rug recht duwen 

om al dat vliegverkeerdespul
tot een aannemelijk maaltijdje
te laten worden en dat de haard 
moet branden in strenge winters

naar cosywarm

om de wereld van de mens
die veelal op vakantie gaat
naar elk een plaatsje gelijk
aan het hekhaardkloktiktik

ligbanken blijft hij daarom de kater

Nieuw gedicht stadsdichter Schiedam

Kinderlogica

     Als ik een kinderrecht moet verbeelden
     schilder ik mezelf, want daar heb ik
     recht op, want ik ben een kind.

     Ik kies mijn eigen kleuren en als ik
     over de lijnen kleur, heb ik daar recht
     op, want ik ben een kind.

     Ik wil helemaal niet naar school, maar ik moet
     van alles leren voor later als ik groot ben,
     daar heb ik recht op, want ik ben een kind.

     Ik verf de hemel groen als gras, en het gras
     knal- of hemelsblauw, mensen paars – dan
     komt de juf en wijst naar buiten waar het
     gras groen is, de hemel blauw of grijs,
     mensen minder paars. Daar heb ik recht
     op, want ik ben een kind.

Voor de rest van het gedicht, klik hier.