.1
Het begon pas echt nadat ik met een hamer
de pootjes van de kat aan gort had geslagen.
Tot dan toe had het geen enkele kans gehad.
Mijn leven.
Dus liet ik de kop van de hamer na de daad
omsmeden tot een brede band. Om de pols
te dragen. Mijn pols.
Drie dagen na het smeden zat ik in het gevang.
Al heeft dit geen enkel belang voor mijn leven.
Een weekje later werd ik vrijgelaten. Men had
zich nogal vergist.
Uit het gevang wilde ik diep.
Eens danig onder de zeespiegel rondsprokkelen
leek me het juiste begin daartoe. Groots en vrij
zogezegd. Twee drie decimeter. Dieper kwam ik
niet. En dat vrije bleef dus ontstellend weg met
zo’n luchtcilinder op je rug. De vissen ook dull.
Dan maar even een straat beleven in een iele
auto. Rood met witte stippen. Maar spillebenen
had ik al uit het water in de lucht zo leek mij de
logische volgorde.
Ik bouwde een vliegtuig.
Omdat er geen rem op zat werd ook dat niks
volgens de verkeersleiders. Ze wezen naar
beneden. Daar hing een fiets op slot tegen
de flank van een onaardig versleten paard.
Een oude man aaide de fiets.
Liet het paard ongemoeid.
Het paard kreunde de fiets van zich af. De
oude man liep door want een eh meisje in
minirok keek alsof ze beslist!! niet geaaid
wilde worden. De stof gaf haar hele heup-
lijf voldoende ruimte.
Later dronk ze thee.
Met uitzicht op opa.
Beetje hongerig stap je van zoiets een patat-
zaak binnen en biedt op een hele koe. Dat
wilde ik. Alleen een koe in stukjes was er.
Broodje kroket dan maar. We kunnen er wel
een bestellen. Dat hoefde voor mij niet, een
meisje had ik ook nog niet gehad zo zonder
echt begin. Aldus verdronk er in het kanaal
een vis. Het dier was niet geleerd hoe kieuwen
werken. De burgemeester (ook van het kanaal)
sprak de hoop uit dat dit niet heel veel vaker
ging gebeuren Jezus had al ‘s iets met vissen
uitgehaald.
Terug naar moeder. Geen optie. Ik zag haar
al staan met die manke kat in haar handen.
Achter het enorme burau stond een lege stoel.
De secretaresse en de stoelzitter waren gaan
lunchen. De telefoon rinkelde niet en op straat
speelde een mier met de schone gedachte een
klinkklare hoop te ontwerpen. Van tussen de
naden om de tegels verzamelde het dier gelikte
korrels zand.
In de fabriek maakten ze lepeltjes.
Ik moest toch wat.
Toen ik mijn huis niet meer uit kon vanwege
de lepeltjes volgde ontslag want het gevang
had ik al gehad. De lucht kreeg een eigenaar-
dige gele kleur. Net of van Gogh tegen een
onnoemelijke hoge ladder op was geklommen
In een kamer renden twee mensen om een
modelspoorbaan. Ruzie of gewoon wat geil.
De bakker stond al zijn hemden te verkopen.
Van brood en meer bakspul dus veel sprake.
De buurt wilde even geen vis meer.
En ik ving mijn huis te verven aan.
Zonder de lepeltjes was er weer ruimte. Het
huis brandde niet af. Zonk wel wat weg in de
aarde. Het geverfde was geheel en al voor
niets dus kwam ik vader tegen. Hij was ermee
verlegen. Moeder is dood maar nog altijd niet
bereid je te vergeven. En zullen we nu het dak
repareren. Maar ik had net mijn huis geverfd.
.2
aardappels op een schaaltje
het was nog te doen alsof er
vreugde in te veel gezin kon.
de lijn op de gang waar jezus
met spijkers in al zijn zakken
gedurig overheen sprong zon
der lage veulens en gepelde
noten voor lekker tussendoor.
op straat weelden klavertjes 4
het zoeken mocht niet blaken
anders pikte een ander ze in.
of een mooie pinksterdag graag
samen in het zonnetje stralen
maar de melkman kwam langs.
veel sterfgevallen oftewel lately
spoelen dishwashers noodnodig
de kruin op tot ketelmuziek zo
zei de melkman aan de koffie
een zwembad vol mensen deed
iets na al wist hij van geen idee.
op de nok van een vork zat grof
een aapje wat zult uit te smeren
naar een reeks hangende zaken.
bij de aardappels wilde vandaag
jus! in een heel mooi kommetje
het vlees bleek ook al gesneden
het gezin ging in een goede bui.
een andere dag in oktober regen
zelfs jezus vergat lijn en spijkers
maar november heus weer okay.
.3
galm van doodsklokken in zonlicht
en
kan iemand die bellen eens afzetten
we stopten voor een winkelcentrum
of men het ons voor de neus schoof
plots en zonder dat we vroeg waren
opgestaan maar moeder ontmoette
zo haar eerste jeugdliefde
tachtig en gek genoeg
wist ze het nog tot in detail.
werkelijk een secuur verhaal.
op de kledingafdeling moest ze jurken
op de meubelafdeling moest ze stoelen
op de verpleegafdeling vastgebonden
kwam ze tot een set pillen en tot rust.
achter de ramen in een bruin café
gingen onze bierviltjes om het natst
ook zonder moeder de wereld vol God
dus het winkelcentrum schade betalen
een auto zou er zomaar voor gekocht
maar een droger was haar toch liever
heus dat wisten we nog van toen thuis
en vader maar knikken op zijn buidel
gezeten als de koning zonder kleding.
de galm van doodsklokken in zonlicht
en
ons moeder viste het slipje in haar tas
onhandige avances maar hij was heel
geweldig dat nog vertelde ze dus erg
nipt voor al die pillen moesten geslikt.
.4
onder de deurmat wonen
veel spinnen. vader spin is
al eens buitengezet. netjes.
vader spin zag verdwaasd
toen om zich heen leerde
van warrige schreden drab.
droef na de uitzet wandelde
vader spin terug naar de
rand van de mat waar hij
zich lang al te wonen wist.
op de straat deden mensen
mensen. gevoelig als waren
ze nogal voor alles mogelijk.
ergens in veel tuin speelde
een hardhouten staaf voor
tuinkabouter als hoofd van
een gave ti ta straaldevisie.
voor haar computer zat een
vrouw een gedicht te lezen,
bedacht na de schermtuur:
als existentiële bergdalen
naar de wolken vallen dan
zal mijn sterrenstelsel wel
triljoenen wensen opdoen.
tegen de gevel van haar huis
stond een fiets prettig met
een lekke band er ging niet
gegaan naar al overkomen.
de staaf van de straaldivisie
liet een wondernagel op stel
aanbrengen opdat het hoofd
kon blijven tot aan de dood.
in ‘t zicht van een ijsfabriek
sprak haar bouwvakker een
steen aan met de woorden
mijn leven jij harde donder.
de mat is nooit meer geklopt
vader spin was vol tevreden
liet familie uit het naburige
huis overkomen tot feesten.
ook de tuin deed weer mee.
Werner Spaland