Brief (108) uit Schiedam

Zo, de kou is in ieder geval uit het weer verdwenen.
Dus geen zoveelste stedentocht.
Met een gerust hart is er weer te werken.

Aan een brief als deze bijvoorbeeld.
De eerste van dit jaar.
Terwijl het toch al half februari is.

En daar we het toch over het weer hebben:

Als er nu een koe te water raakt, hoeveel eerder zal het beest
doodgaan nu het water nog wel een tijdje ijzig koud heeft te zijn.

Een schaap mag natuurlijk ook.
Een mens wordt al wat minder.

Hoewel Geert en afkoeling, de winter zou in ieder geval, nu de
stedentocht niet doorgaat, niet voor niets zo stevig gewinterd
hebben. Niet dat Geert hetzelfde lot als de koe van dat sneller
doodgaan hoeft te ondergaan, nee, maar hem een  beetje kou 
zoals die op een van de Polen heerst laten beleven, het kan zo-
maar een heel gaaf hulpje zijn het vreemde concept van vrijheid
dat hij onder zijn buitensporig begroeide schedel beleeft een iet-
wat fris bij te stellen. Het zou van zijn winter een mooie zomer
maken. Rutte zou het wel zo zonnig vinden gebeurde dat bijstel-
len zonder er wat van te hoeven zeggen, want ook hij staat in-
middels stevig aan de rand van de nog ijskoude sloot. Een ril-
positie waar de oppositie vreugde van op de horizon gaat zien,
ze trekken in ieder geval lekker stevig aan de panden van Rut-
tes leidersjasje en trachten hem dichter naar de rand van de
sloot te manouvreren. Rutte rilt al licht in zijn gedoogafhanke-
lijke positie, maar de panden van zijn jasje houden vooralsnog
stand in hun stevige stiksels, geen enkele breuk geven ze voor-
alsnog toe.

Goed, dit wat betreft de toestand van al de wereld Nederland.

Nu even over heel de wereld Schiedam, want nog altijd zonder
officiële burgemeester dit stadje omdat vrouwe Verver eruit is
gebonjourd vanwege vermeende malversaties op het gebied
van financiële privélekkernijen. Het blondmeidje is inmiddels
weer half en half gerehabiliteerd en zal een door de gemeente
op te hoesten vette zak geld kunnen gaan besteden aan haar
o zo geknakte leventje. Geknakt! Ja heus, want ze mag niet als
hoofd van de stad terugkeren. Of hier de winter ook zomers
zal gaan schijnen wil nog de vraag zijn, de gemeente namelijk
heeft al zoveel schulden dat die Ververse zak geld mogelijk wel
eens over de ruggen van de armsten van de stad naar boven
gehaald heeft te moeten worden. De eerste tekenen zijn er al,
waar de armen in het verleden ongeveer twee maal driehonderd
euro als extra ondersteuning ter draging van hun armoei kregen
is er zowaar dit jaar al de helft van afgesnoept.

Het geeft toch als het ware te denken.

Met Europa gaat het overigens ook wel kek slootwaarts zo lijkt het.
Nog even en de oude dame mag naar de gaarkeuken marcheren.
Nee, hier is de zomerse winter nog meer stevige kilometers weg
mogen we alle helse berichten die werkelijk als een tsunami aan-
stormen geloven:

Griekenland treur / Italië treur / Spanje treur / Frankrijk treur / Portu-
gal treur en en en en en en en en en en en en en en en en en en… 

Godver!

Aldus een positief gedicht ter opleuking van zoveel alomse treur:

Romanke .9

liederlijk
bulkt een boek uit de boekenkast

lente
zingt een ander geschrift

onzin
zo ook lepelt er tussen wat kaften uit

over de tafel een tekening
daarop bedreven mieren
getekend in een naïve stijl

ik eet een Berliner bol

Jezus hangt cosy aan het kruis boven de deur

o een paar sluike dijen nu
en ja ook de thee al koud

zeeslagen
lonkt een paperback

uit mijn geschiedenis pulk ik een moment

verrijking op het lek
sijpelt er onverstoorbaar uit een bundel essays

op het raam druppelt mooi weer
de gordijnen dik doende zich te

verzwijgen

weg in eigen zolder
fluistert een dun fraai glanzend anthologietje

de op het vel
getekende mieren

ze woelen

lessen in lyriek
zwijmelt W. Bronzwaer naast een boek over Hitler

Werner Spaland

Naar brief 1 (scrollen)

Romanke .9 / .11

.9

liederlijk
bulkt een boek uit de boekenkast

lente
zingt een ander geschrift

onzin
zo ook lepelt er tussen wat kaften uit

over de tafel een tekening
daarop bedreven mieren
getekend in een naïve stijl

ik eet een Berliner bol

Jezus hangt cosy aan het kruis boven de deur

o een paar sluike dijen nu
en ja ook de thee al koud

zeeslagen
lonkt een paperback

uit mijn geschiedenis pulk ik een moment

verrijking op het lek
sijpelt er onverstoorbaar uit een bundel essays

op het raam druppelt mooi weer
de gordijnen dik doende zich te

verzwijgen

weg in eigen zolder
fluistert een dun fraai glanzend anthologietje

de op het vel
getekende mieren

ze woelen

lessen in lyriek
zwijmelt W. Bronzwaer naast een boek over Hitler

 

 

 .10

water past overal in 

al wil vader nooit naar het strand

omdat ie dan zijn sokken uit moet doen
zijn haren ongekamd gaan als Sirenen
in een koekenpan met glazen deksel
waarin een gaatje voor het ontsnappen

van hete lucht

moeder achter haar meubelscherm daar
geen weet in wil hebben naast hun vijver

zonder vissen en flansend wier
weggeknipt om altijd theewater

water past overal in

zoals in fijn klavertjes vier smijten over
waartoe vader stuitert waarvan moeder
haar haren stijf aan de vaatdoek houdt

zo

dat

ze er de dagen mee vullen
het huis in gestuwde vlaag
aan ijle struiswolken hangen

vrij inclusief ook

raak ik getrouwd met Anna

 

.11

vogels op blote hoogte met veren rondom
kennen de slagen van soms een bekje spuug
maar ook geen spatje aan de hemel vooral 

pepermuntje op de tong
een veilig aan de grond 

op een groen groen groen groen knollen
knollenland al hun vleugels heel parmant 

vanwege zaakjes 

op leven naar danige dagen geil
en ook niet uit elkaar want
waar geloofd wordt zwellen wanen 

zonder doodgelakte appels 

plus afstandsbediening
op weggelaten dromen 

en ook zo af en toe de cursor
op de keel hup een-twee-drie

en ook wel vier

bij vijven en zessen
loopt men aan men op conversatie 

veren rondom

Werner Spaland

Romanke .5 / .8

 .5

bomen in de straat staan zich
blakend groen te klauwen bij
veel uitzicht vanaf het balkon

zijn hobby

de stekelbaars houdt niet op
te bestaan zo’n zestien keer
per maand drijft ze zich aan
het aanwezige water dood al
wil haar lijkje nooit gevonden

of met stokrechte woorden
en tegen alle versregels in:

er drast wat klots aan het lijf

een gerommel dat de avonturen
uit het groen pijnlijk tekort doet

terug! naar de blomme regels

de ramen in de gevels blinken
alsof ze hem tot leven sporen

een heimelijk bochelen van
gordijnen achter glasruggen

hij: fuck de mythe

en droogt de stekelbaars aan
de overlopende tekst van zijn
ware lijf waarin meiden beslist

maar nagel zwemt de maan
tegen het logge nachtlaken

moeder houdt z’n ijzers in het vuur
de omvang niet te pruimen maar
bij de patatzaak weten ze wel raad

stellen: suck de poëzie in moeders

op het platteland valt van het dak
van een hoeve geen volvette mus
de buurtinspectie rept in op duister

zoveel poëzie

in patat

met mayonaise

de stekelbaars alweer dood doft
zich op voor een volgende ronde

 

.6

op het moment dat de zwetende man
er de verjaardagstaart op wilde zetten
ondertussen stroef mompelend dat er

weer

een fikse stap dichter gezet was naar
(al was hij pas zesenveertig en zijn dus
strandlieve vrouw argwelig veel jonger)

brak de tafel in tweeën.

op de eeuwigheid is zelfs negentig jaar
helemaal niks zo placht hij te zeggen
op verjaardagsfeesten of anderszinse
bijeenkomsten waar je vrolijk mag zijn.

alzo sneuvelde met de tafel de taart.
‘t gegodver ging verloren in de breuk.

en of de feestzin nog ‘s extra niet wilde
swingen werd er buitenshuis een kind
aangereden door een auto die dan wel
geen milimeter te hard reed maar wel
loepzuiver ingleed op het stukje mens.

de taartdrab bij elkaar in warme vorm
geschoven en stevig aangestampt tot
men het kind wegnam in een lijkwagen.

ergens gleed er droes uit een braadpan
maar dat had niet per se iets te maken
met het verlies van de verjaardagstaart.

het feest vond volle doorgang in ‘t ware
besef dat 1 dode zwaluw weliswaar een
strontje op de lente zet maar geen lied
kan blussen in de blij komende zomer.

net aan de warmte zag men stuitende
ballonnen in de lucht men moest weer
denken aan de verjaardagstaart van de
zwetende man waarvan de oplaters dus
heus ook fiks een brok hadden gegeten.

nog later

maar geheel volgens de seizoenswissel
brak de winter in alle hevigheid aan en
men vond dat er veel was beleefd in de
stad. De vijvers vroren ervan dicht maar
de vissen wisten behendig te overleven.

 

.7

en dan historie herhaalt zich
niet moeilijk is het om je te
tot op de overkant te dragen

aldus de dragers van klare kleding
veelal behoorlijk leb van alle drang

anders dan tussen behang aan krappe muren
waar thuiskijkers achter gefronste lippen alles
ja alles willen vertellen / op verhaal wel (gordijnen toe)

dat ze heus willen gaan als een Icarus
in gaaf! gekeerde richting want pc’s ja
die kan je resetten en ook mooi laten
zoeken naar het zomers gewekte gras

maar altijd is er dan wel een buurman

die stuurs kijkt

over het hek

in hun visvijver zijn vrouw en de maan is rap
vol op weg naar whiter shade of alle álle pale

waarom glimmen in een auto
waarom die oogachterlijke bril
waarom vlies zijn in alom wak

zo stelt de buurman

en steekt zijn tuin in brand

de volgende dag gaat in de krant gewag gemaakt
van een vrouw met gele lelies in haar handen en een hek
dat gespaard bleef al bezeerde een man zich eraan

het heelal doet hier natuurlijk weer niks mee
en ook al die muren
die Jezus eeuwig maar zo laten hangen

niet veel later (er vloog een doorkijkje over
en de windmolens deden in zee hun gang)
doezelde de krant in de gekuiste kattenbak

 

.8

zo kijk je het gras uit tuinen van sporters
zo kijk je wapenblauw op de lucht
of laat je wat koeien hun uiers ontploffen

je probeert eens wat

je slaakt een boek open
je bakt een haantje
je geniet je huurtoeslag

een kasteel dat nog niet op instorten staat
pulkt aan eigen fundament om een knap afscheid
in de gangen heerst dat wat gangen tot gang maakt
en buiten kijkt een meisje op naar de trans
waaraan een witte zakdoek fladdert
die probeert het gebouw vlot te trekken bedenkt ze

ook zij probeert eens wat

want de schepping geen slecht idee

in de buik van de walvis waar Jonas ook al zo huisde is
het een bende van jewelste maar het spugen blijft uit
het beest zwemt gewoon door zoals het voorwaar hoort

het geeft toch te denken

zoenendebelofteinboedel en geen uitvaart
als euthanasie nog moet volgen probeer je
niet uit overtuiging maar meer uit gewoonte

zoals er altijd wel koeien in weilanden staan
zoals er nur wat letters als je nooit echt leest

je probeert eens wat

stenen / platte stenen

de rivier ketst ze in een heg rond een speelplaats

Werner Spaland

Romanke .1 / .4

 
.1

Het begon pas echt nadat ik met een hamer
de pootjes van de kat aan gort had geslagen.
Tot dan toe had het geen enkele kans gehad.
Mijn leven.

Dus liet ik de kop van de hamer na de daad
omsmeden tot een brede band. Om de pols
te dragen. Mijn pols.

Drie dagen na het smeden zat ik in het gevang.
Al heeft dit geen enkel belang voor mijn leven.
Een weekje later werd ik vrijgelaten. Men had
zich nogal vergist.

Uit het gevang wilde ik diep.

Eens danig onder de zeespiegel rondsprokkelen
leek me het juiste begin daartoe. Groots en vrij
zogezegd. Twee drie decimeter. Dieper kwam ik
niet. En dat vrije bleef dus ontstellend weg met
zo’n luchtcilinder op je rug. De vissen ook dull.

Dan maar even een straat beleven in een iele
auto. Rood met witte stippen. Maar spillebenen
had ik al uit het water in de lucht zo leek mij de
logische volgorde.

Ik bouwde een vliegtuig.

Omdat er geen rem op zat werd ook dat niks
volgens de verkeersleiders. Ze wezen naar
beneden. Daar hing een fiets op slot tegen
de flank van een onaardig versleten paard.

Een oude man aaide de fiets.
Liet het paard ongemoeid.

Het paard kreunde de fiets van zich af. De
oude man liep door want een eh meisje in
minirok keek alsof ze beslist!! niet geaaid
wilde worden. De stof gaf haar hele heup-
lijf voldoende ruimte.

Later dronk ze thee.
Met uitzicht op opa.

Beetje hongerig stap je van zoiets een patat-
zaak binnen en biedt op een hele koe. Dat
wilde ik. Alleen een koe in stukjes was er.
Broodje kroket dan maar. We kunnen er wel
een bestellen. Dat hoefde voor mij niet, een
meisje had ik ook nog niet gehad zo zonder
echt begin. Aldus verdronk er in het kanaal
een vis. Het dier was niet geleerd hoe kieuwen
werken. De burgemeester (ook van het kanaal)
sprak de hoop uit dat dit niet heel veel vaker
ging gebeuren Jezus had al ‘s iets met vissen
uitgehaald.

Terug naar moeder. Geen optie. Ik zag haar
al staan met die manke kat in haar handen.

Achter het enorme burau stond een lege stoel.

De secretaresse en de stoelzitter waren gaan
lunchen. De telefoon rinkelde niet en op straat
speelde een mier met de schone gedachte een
klinkklare hoop te ontwerpen. Van tussen de
naden om de tegels verzamelde het dier gelikte
korrels zand.

In de fabriek maakten ze lepeltjes.

Ik moest toch wat.

Toen ik mijn huis niet meer uit kon vanwege
de lepeltjes volgde ontslag want het gevang
had ik al gehad. De lucht kreeg een eigenaar-
dige gele kleur. Net of van Gogh tegen een
onnoemelijke hoge ladder op was geklommen

In een kamer renden twee mensen om een
modelspoorbaan. Ruzie of gewoon wat geil.
De bakker stond al zijn hemden te verkopen.
Van brood en meer bakspul dus veel sprake.

De buurt wilde even geen vis meer.
En ik ving mijn huis te verven aan.

Zonder de lepeltjes was er weer ruimte. Het
huis brandde niet af. Zonk wel wat weg in de
aarde. Het geverfde was geheel en al voor
niets dus kwam ik vader tegen. Hij was ermee
verlegen. Moeder is dood maar nog altijd niet
bereid je te vergeven. En zullen we nu het dak
repareren. Maar ik had net mijn huis geverfd.

 

 .2

aardappels op een schaaltje
het was nog te doen alsof er
vreugde in te veel gezin kon.

de lijn op de gang waar jezus
met spijkers in al zijn zakken
gedurig overheen sprong zon
der lage veulens en gepelde
noten voor lekker tussendoor.

op straat weelden klavertjes 4
het zoeken mocht niet blaken
anders pikte een ander ze in.

of een mooie pinksterdag graag
samen in het zonnetje stralen
maar de melkman kwam langs.

veel sterfgevallen oftewel lately
spoelen dishwashers noodnodig
de kruin op tot ketelmuziek zo
zei de melkman aan de koffie

een zwembad vol mensen deed
iets na al wist hij van geen idee.

op de nok van een vork zat grof
een aapje wat zult uit te smeren
naar een reeks hangende zaken.

bij de aardappels wilde vandaag
jus! in een heel mooi kommetje
het vlees bleek ook al gesneden
het gezin ging in een goede bui.

een andere dag in oktober regen
zelfs jezus vergat lijn en spijkers
maar november heus weer okay.

 

.3

galm van doodsklokken in zonlicht

en

kan iemand die bellen eens afzetten

we stopten voor een winkelcentrum
of men het ons voor de neus schoof
plots en zonder dat we vroeg waren
opgestaan maar moeder ontmoette
zo haar eerste jeugdliefde

tachtig en gek genoeg
wist ze het nog tot in detail.

werkelijk een secuur verhaal.

op de kledingafdeling moest ze jurken
op de meubelafdeling moest ze stoelen
op de verpleegafdeling vastgebonden
kwam ze tot een set pillen en tot rust.

achter de ramen in een bruin café
gingen onze bierviltjes om het natst

ook zonder moeder de wereld vol God
dus het winkelcentrum schade betalen
een auto zou er zomaar voor gekocht
maar een droger was haar toch liever
heus dat wisten we nog van toen thuis
en vader maar knikken op zijn buidel
gezeten als de koning zonder kleding.

de galm van doodsklokken in zonlicht

en

ons moeder viste het slipje in haar tas
onhandige avances maar hij was heel
geweldig dat nog vertelde ze dus erg
nipt voor al die pillen moesten geslikt.

 

.4

onder de deurmat wonen
veel spinnen. vader spin is
al eens buitengezet. netjes.

vader spin zag verdwaasd
toen om zich heen leerde
van warrige schreden drab.

droef na de uitzet wandelde
vader spin terug naar de
rand van de mat waar hij
zich lang al te wonen wist.

op de straat deden mensen
mensen. gevoelig als waren
ze nogal voor alles mogelijk.

ergens in veel tuin speelde
een hardhouten staaf voor
tuinkabouter als hoofd van
een gave ti ta straaldevisie.

voor haar computer zat een
vrouw een gedicht te lezen,
bedacht na de schermtuur:

als existentiële bergdalen
naar de wolken vallen dan
zal mijn sterrenstelsel wel
triljoenen wensen opdoen.

tegen de gevel van haar huis
stond een fiets prettig met
een lekke band er ging niet
gegaan naar al overkomen.

de staaf van de straaldivisie
liet een wondernagel op stel
aanbrengen opdat het hoofd
kon blijven tot aan de dood.

in ‘t zicht van een ijsfabriek
sprak haar bouwvakker een
steen aan met de woorden
mijn leven jij harde donder.

de mat is nooit meer geklopt
vader spin was vol tevreden
liet familie uit het naburige
huis overkomen tot feesten.

ook de tuin deed weer mee.

Werner Spaland

Brief (107) uit Schiedam

 

Wist u dat lezen een boek verandert?

 Ik niet.

 Ja, wel op de gebruikelijke wijze zoals vlek-
ken, ezelsoren, scheuren, vingerafdrukken,
aantekeningen etc.

Maar niet zoals waarop ik hier doel.

Op een schone dag namelijk wilde ik een
boek (Gewassen vlees) dat ik geleend had
van een bevriend stel als dank voor dat
lenen laten signeren door de maker van het
boek die in een Schiedamse boekhandel
zijn nieuwste bevalling (Publieke werken)
kwam promoten.

 Het was als gezegd een heel schone dag
dus midden in de zaak zat de schrijver ach-
ter een klein tafeltje waarop het nieuwe boek
lag uitgestald te wachten op mogelijke ver-
langens in lezers het boek te kopen en te
laten signeren. Op het moment dat ik binnen-
kwam was het nogal stil in de zaak (geen
idee of de rest van de dag het publiek storm
liep) dus kon ik direct op het tafeltje aan-
schuifelen om het desbetreffende boek te
laten signeren.

De schrijver wilde dat wel, signeren, al was
het dan niet zijn nieuwste boek. Alvorens
hiertoe over te gaan pakte hij een nieuw ex-
emplaar van Gewassen vlees dat ook op de
tafel lag en legde het pal tegen het door mij
meegebrachte exemplaar. Ik begon hem al
te verdenken van signeeronwilligheid. Maar
nee, hij keek naar beide boeken, gleed met
zijn linkerhand over de kaften, knikte en be-
gon het geleende boek open te slaan om het
te signeren nadat hij het nieuwe boek terug
had gelegd naast de stapel van zijn nieuwste
boek.

Waarom ie dat deed, zo wilde ik wel weten.

Zo kan ik zien of het boek een of meer keer
gelezen is zei de schrijver, een gelezen ex-
emplaar is namelijk veel dikker dan een on-
gelezen. Kijk maar. Hij pakte het ongelezen
exemplaar weer terug en toonde het ritueel
opnieuw. En inderdaad mijn leenexemplaar
torende een paar milimeter verder naar het
plafond dan het nieuwe boek.

Nooit geweten.

Trouwens, nu ik er zo over bezig ben valt in
het kielzog van het Rosenboomweetje heel
makkelijk te verklaren waarom de Bijbel de
beste bestseller is in al de wereld. Ha zoveel
lezers, dikker kan een boek wel niet worden!

De schrijver kan mooi blijven meten, maar zijn
boeken zullen het altijd verliezen van de Bijbel.

En zo komt het geheel van aarde en heelal als
vanouds weer helemaal op Zijn pootjes terecht. 

 Werner Spaland

Naar brief 1 (scrollen)

Brief (106) uit Schiedam

 Het schijnt zomer te moeten zijn! Gelukkig heeft het
weer heel andere ideeën over hoe het Nederlandplek-
je te verwennen met vetnatte grillen. Het lijkt namelijk
wel dik in de herfst buiten het raam van mijn werkhok.
En dus een kranig goede reden,  althans wat mij be-
treft, om het over kunst te hebben. Want zie nu toch
eens hoe AdriaanKrabbendam onlangs bij een plaatjeKlbew P1000844
van dit werk (SCHEPPING) op face-book schreef 
dat hij de schep wel begreep, maar de ping?

Het antwoord was dat de keramiekletters op de
schep komen uit 11 x het woord Godverdomme
en 11 x het woord Amen en zo dus heel wel de
ping op de schep hebben te zijn.

Krabbendam vond dit wel leuk onder het leukknopje.

Maar er wil meer:

Zo is te berekenen dat er (11 x godverdomme = 121
letters + 11 x amen = 44 letters) 165 letters op de
schep liggen. Big deal zou je, zoals Krabbendam,
nu denken. Echter, als je de cijfers van het getal 165
bij elkaar optelt krijg je het getal 12. Tel je de 1 en de
2 ook weer bij elkaar op krijg je het getal 3.

En drie is als bekend een getal dat in het humane
gedoe leidt naar gedonder; zet twee mensen bij el-
kaar en er is zowaar een tikje harmonie mogelijk,
zet drie of meer mensen bij elkaar en het is hét
model voor conflict en alle mogelijke daaruit voort-
komende kwaad.

Nu wil het geval dat er ook een heilige drie-eenheid 
(vader, zoon, heiige geest) is volgens de B??bel.
Gezien het voorgaande in deze brief (alsook de ge-
schiedenis) is het dan nog maar een kwestietje van
op je klompen natellen waar het altijd maar weer op
uitdraait gezien ook nog eens de vadermoord (God
schiep ons toch zeker naar zijn evenbeeld?) die zo
eeuwig en ook zo erg op de schouders van zonen
drukt. Overigens is het deze Zoon aardig gelukt, die
vadermoord, zie al zijn pr-kruisbeelden overal aan
muren in de hele wereld. En de heilige Geest beziet
dit alles op zijn nootjes van waarheidszang waarvan
de Vader mogelijk dan weer vindt dat ze heel beslist
en hemeldik niet in Zijn paradijslijk liedje thuishoren.
Kortom, er is zo maar te stellen dat het getal drie in
dezen een onnoemelijk hemeltergend getal is te zijn.

En extra: amen en godverdomme liggen ook heel
dicht bij elkaar in het grote verhaal. Amen betekent
berusting, godverdomme betekent verzet zo mogen
we toch wel beweren. Hier hoeft het getal drie niet
eens bij op te komen draven om de hele boel aan
het krakélen te brengen. Hoewel! Tel je de letters
van beide woorden op en deel je de som ervan door
2 dan is er ook hier weer de uitkomst van… Precies.

Kijk ook nog even uit hoeveel elementen het werk
zelf bestaat (hout, metaal, gebakken klei) en er is 
geen enkel hemels speldje met alle liefde meer tus-
sen het getal drie te wrikken.

Een puik kunstwerkje dus?

U, kerkelijk of onkerkelijk, u mag het zeggen.

Wel lijkt het me mooi om het een poosje in een
kerk te laten hangen.

Zonder de bovenstaande theorietjes uiteraard!

In de kerk van Watou volgend jaar?

Werner Spaland

Naar brief 1 (scrollen)